donderdag 28 augustus 2014

49 sloka's van De 12 Stanza van Dzyan - Antropogenesis -Het Ontstaan van de Mens-

------------------------------------------------------------------------------------------
(klik  hier voor de 12 Stanza's van Dzyan) 

HET ONTSTAAN VAN DE MENS VOLGENS HET GEHEIME BOEK
-ANTROPOGENESIS-
(WOORDELIJKE UITTREKSELS 1)
--------------------------------------------------
STANZA 1 (I)

      1. DE LHA DIE DE VIERDE LAAT DRAAIEN, IS ONDERGESCHIKT AAN DE LHA VAN DE ZEVEN, ZIJ DIE RONDDRAAIEN EN HUN WAGENS LATEN RIJDEN OM HUN HEER, HET ENE OOG. ZIJN ADEM GAF LEVEN AAN DE ZEVEN; HIJ GAF LEVEN AAN DE EERSTE.
      2. DE AARDE SPRAK: ‘HEER VAN HET STRALENDE GEZICHT; MIJN HUIS IS LEEG . . . . ZEND UW ZONEN OM DIT WIEL TE BEVOLKEN. GIJ HEBT UW ZEVEN ZONEN NAAR DE HEER VAN WIJSHEID GEZONDEN. HIJ ZIET U ZEVEN KEER ZO DICHTBIJ, ZEVEN KEER ZO STERK VOELT HIJ U. GIJ HEBT UW DIENAREN, DE KLEINE RINGEN, VERBODEN UW LICHT EN WARMTE OP TE VANGEN, UW GROTE GAVE OP HAAR DOORTOCHT TE ONDERSCHEPPEN. ZEND DIE NU NAAR UW DIENARES.’
      3. DE ‘HEER VAN HET STRALENDE GEZICHT’ ZEI: ‘IK ZAL U EEN VUUR ZENDEN WANNEER UW WERK IS BEGONNEN. VERHEF UW STEM TOT ANDERE LOKA’S; WEND U TOT UW VADER, DE HEER VAN DE LOTUS, OM ZIJN ZONEN . . . . UW VOLK ZAL ONDER HET BESTUUR VAN DE VADEREN STAAN. UW MENSEN ZULLEN STERVELINGEN ZIJN. DE MENSEN VAN DE HEER VAN WIJSHEID, NIET DE ZONEN VAN DE MAAN, ZIJN ONSTERFELIJK. STAAK UW KLACHTEN. UW ZEVEN HUIDEN ZIJN NOG OP U . . . . GIJ ZIJT NIET GEREED. UW MENSEN ZIJN NIET GEREED.’
      4. NA HEVIGE PIJNEN WIERP ZIJ HAAR DRIE OUDE HUIDEN AF EN TROK HAAR ZEVEN NIEUWE AAN, EN STOND IN HAAR EERSTE.

STANZA 2 (II)
      5. HET WIEL DRAAIDE NOG DERTIG CRORES2 VOORT. HET BOUWDE RUPA’S: ZACHTE STENEN DIE VERHARDDEN; HARDE PLANTEN DIE VERZACHTTEN. ZICHTBARE UIT ONZICHTBARE INSECTEN EN KLEINE LEVENS. ZIJ SCHUDDE ZE VAN HAAR RUG, TELKENS WANNEER ZE DE MOEDER OVERWOEKERDEN . . . . NA DERTIG CRORES KEERDE ZIJ ZICH OM. ZIJ LAG OP HAAR RUG; OP HAAR ZIJ . . . ZIJ WILDE GEEN ZONEN VAN DE HEMEL ROEPEN, ZIJ WILDE GEEN ZONEN VAN WIJSHEID VRAGEN. ZIJ SCHIEP UIT HAAR EIGEN SCHOOT. ZIJ BRACHT WATERMENSEN VOORT, SCHRIKWEKKEND EN SLECHT.
      6. DE WATERMENSEN, SCHRIKWEKKEND EN SLECHT, SCHIEP ZIJ ZELF UIT DE OVERBLIJFSELEN VAN ANDERE, UIT DE DROESEM EN HET SLIJK VAN HAAR EERSTE, TWEEDE, EN DERDE VORMDE ZIJ HEN. DE DHYANI’S KWAMEN EN KEKEN – DE DHYANI’S UIT DE SCHITTERENDE VADER-MOEDER, UIT DE WITTE GEBIEDEN KWAMEN ZIJ, UIT DE VERBLIJFPLAATSEN VAN DE ONSTERFELIJKE STERVELINGEN.
      7. ZIJ WAREN ONTSTEMD. ONS VLEES IS DAAR NIET. GEEN GESCHIKTE RUPA’S VOOR ONZE BROEDERS VAN HET VIJFDE. GEEN WONINGEN VOOR DE LEVENS. ZUIVERE WATEREN, GEEN TROEBELE, MOETEN ZIJ DRINKEN. LATEN WIJ ZE DROGEN.
      8. DE VLAMMEN KWAMEN. DE VUREN MET DE VONKEN; DE NACHTVUREN EN DE DAGVUREN. ZIJ DROOGDEN DE TROEBELE DONKERE WATEREN OP. MET HUN HITTE DEMPTEN ZIJ ZE. DE LHA’S VAN BOVEN EN DE LHAMAYIN VAN BENEDEN KWAMEN. ZIJ DOODDEN DE VORMEN MET TWEE EN VIER GEZICHTEN. ZIJ BEVOCHTEN DE GEITMENSEN, DE MENSEN MET HONDEKOPPEN EN DE MENSEN MET VISLICHAMEN.
      9. MOEDER-WATER, DE GROTE ZEE, WEENDE. ZIJ VERHIEF ZICH, ZIJ VERDWEEN IN DE MAAN DIE HAAR HAD DOEN OPRIJZEN, DIE HAAR HET LEVEN HAD GESCHONKEN.
      10. TOEN ZIJ WAREN VERNIETIGD, BLEEF MOEDER-AARDE LEEG. ZIJ VROEG OM TE WORDEN GEDROOGD.

STANZA 3 (III)
      11. DE HEER VAN DE HEREN KWAM. VAN HAAR LICHAAM SCHEIDDE HIJ DE WATEREN, EN DAT WAS DE HEMEL DAARBOVEN, DE EERSTE HEMEL.
      12. DE GROTE CHOHANS RIEPEN DE HEREN VAN DE MAAN, MET DE LUCHTLICHAMEN. ‘BRENG MENSEN VOORT, MENSEN VAN UW AARD. GEEF HUN HUN VORMEN VAN BINNEN. ZIJ ZAL HEN VAN BUITEN BEKLEDEN. MANNEN-VROUWEN ZULLEN ZIJ ZIJN. OOK HEREN VAN DE VLAM . . . .’
      13. ZIJ GINGEN, ELK NAAR HET HEM AANGEWEZEN LAND: ZEVEN VAN HEN, ELK NAAR ZIJN DEEL. DE HEREN VAN DE VLAM BLIJVEN ACHTER. ZIJ WILDEN NIET GAAN, ZIJ WILDEN NIET SCHEPPEN.

STANZA 4 (IIII)
      14. DE ZEVEN MENIGTEN, DE ‘UIT WIL GEBOREN HEREN’, GEDREVEN DOOR DE GEEST VAN HET LEVEN-SCHENKEN, SCHEIDEN MENSEN VAN ZICH AF, IEDER OP ZIJN EIGEN GEBIED.
      15. ZEVEN KEER ZEVEN SCHADUWEN VAN TOEKOMSTIGE MENSEN WERDEN GEBOREN, IEDER VAN ZIJN EIGEN KLEUR EN SOORT. IEDER ONDERGESCHIKT AAN ZIJN VADER. DE VADEREN, DE BEENDERLOZEN, KONDEN GEEN LEVEN SCHENKEN AAN WEZENS MET BEENDEREN. HUN NAKOMELINGEN WAREN BHUTA, ZONDER VORM OF DENKVERMOGEN. DAAROM WORDEN ZIJ DE CHHAYA GENOEMD.

      16. HOE WORDEN DE MANUSHYA GEBOREN? DE MANU’S MET DENKVERMOGEN, HOE WORDEN ZIJ GEMAAKT? DE VADEREN RIEPEN HUN EIGEN VUUR TE HULP, DAT HET VUUR IS DAT IN DE AARDE BRANDT. DE GEEST VAN DE AARDE RIEP HET ZONNEVUUR TE HULP. DEZE DRIE BRACHTEN DOOR HUN GEZAMENLIJKE INSPANNING EEN GOED RUPA VOORT. HET KON STAAN, LOPEN, RENNEN, LIGGEN OF VLIEGEN. TOCH WAS HET NOG SLECHTS EEN CHHAYA, EEN SCHADUW ZONDER VERSTAND . . . .
      17. DE ADEM HAD EEN VORM NODIG; DE VADEREN GAVEN DIE. DE ADEM HAD EEN GROF LICHAAM NODIG; DE AARDE VORMDE HET. DE ADEM HAD DE LEVENSGEEST NODIG; DE ZONNE-LHA’S BLIEZEN DIE IN ZIJN VORM. DE ADEM HAD EEN SPIEGEL VAN ZIJN LICHAAM NODIG; ‘WIJ GAVEN HEM DE ONZE’, ZEIDEN DE DHYANI’S. DE ADEM HAD EEN VOERTUIG VAN BEGEERTEN NODIG; ‘HIJ HEEFT HET’, ZEI DE DROOGLEGGER VAN DE WATEREN. MAAR DE ADEM HEEFT EEN DENKVERMOGEN NODIG OM HET HEELAL TE OMVATTEN; ‘WIJ KUNNEN DAT NIET GEVEN’, ZEIDEN DE VADEREN. ‘DAT HEB IK NOOIT GEHAD’, ZEI DE GEEST VAN DE AARDE. ‘DE VORM ZOU WORDEN VERTEERD, ALS IK HEM HET MIJNE GAF’, ZEI HET GROTE VUUR . . . . DE MENS BLEEF EEN LEGE VERSTANDELOZE BHUTA . . . . ZO HEBBEN DE BEENDERLOZEN LEVEN GESCHONKEN AAN HEN, DIE IN HET DERDE MENSEN MET BEENDEREN WERDEN.

STANZA 5 (IV)
      18. DE EERSTEN WAREN DE ZONEN VAN YOGA. HUN ZONEN DE KINDEREN VAN DE GELE VADER EN DE WITTE MOEDER.
      19. HET TWEEDE RAS WAS HET PRODUKT VAN KNOPVORMING EN UITZETTING, DE ASEKSUELEN UIT DE GESLACHTLOZEN3. ZO WERD, O LANOO, HET TWEEDE RAS VOORTGEBRACHT.  
      20. HUN VADEREN WAREN DE ZELFGEBORENEN. DE ZELFGEBORENEN, DE CHHAYA UIT DE STRALENDE LICHAMEN VAN DE HEREN, DE VADEREN, DE ZONEN VAN DE SCHEMERING.
      21. TOEN HET RAS OUD WERD, VERMENGDEN DE OUDE WATEREN ZICH MET DE VERSERE WATEREN. TOEN ZIJN DRUPPELS TROEBEL WERDEN, VERDWENEN ZIJ IN DE NIEUWE STROOM, IN DE HETE STROOM VAN HET LEVEN. HET UITWENDIGE VAN HET EERSTE WERD HET INWENDIGE VAN HET TWEEDE. DE OUDE VLEUGEL WERD DE NIEUWE SCHADUW, EN DE SCHADUW VAN DE VLEUGEL.

STANZA 6 (VI)
      22. HET TWEEDE ONTWIKKELDE DAARNA DE EI-GEBORENEN, HET DERDE. HET ZWEET GROEIDE, ZIJN DRUPPELS GROEIDEN, EN DE DRUPPELS WERDEN HARD EN ROND. DE ZON VERWARMDE HET; DE MAAN KOELDE HET AF EN VORMDE HET; DE WIND VOEDDE HET TOT HET RIJP WAS. DE WITTE ZWAAN VAN HET STERRENGEWELF OVERSCHADUWDE DE GROTE DRUPPEL. HET EI VAN HET TOEKOMSTIGE RAS, DE MENS-ZWAAN VAN HET LATERE DERDE. EERST MANNELIJK-VROUWELIJK, DAN MAN EN VROUW.
      23. DE ZELFGEBORENEN WAREN DE CHHAYA’S: DE SCHADUWEN VAN DE LICHAMEN VAN DE ZONEN VAN DE SCHEMERING.

STANZA 7 (VII)
      24. DE ZONEN VAN WIJSHEID, DE ZONEN VAN DE NACHT, GEREED VOOR WEDERGEBOORTE, DAALDEN NEER. ZIJ ZAGEN DE VERACHTELIJKE VORMEN VAN HET EERSTE DERDE. ‘WIJ KUNNEN KIEZEN’, ZEIDEN DE HEREN, ‘WIJ HEBBEN WIJSHEID’. ENIGEN TRADEN IN DE CHHAYA. ENIGEN WIERPEN DE VONK UIT. ENIGEN STELDEN UIT TOT HET VIERDE. UIT HUN EIGEN RUPA VULDEN ZIJ DE KAMA. ZIJ DIE INTRADEN, WERDEN ARHATS. ZIJ DIE SLECHTS EEN VONK ONTVINGEN, BLEVEN ZONDER KENNIS; DE VONK GLOEIDE ZWAK. HET DERDE BLEEF ZONDER DENKVERMOGEN. HUN JIVA’S WAREN NIET GEREED. DEZE WERDEN AFZONDERLIJK GEZET ONDER DE ZEVEN. ZIJ WERDEN ENGHOOFDIG. DE DERDEN WAREN GEREED. ‘IN DEZE ZULLEN WIJ WONEN’, ZEIDEN DE HEREN VAN DE VLAM.
      25. HOE HANDELDEN DE MANASA, DE ZONEN VAN WIJSHEID? ZIJ VERWIERPEN DE ZELFGEBORENEN. ZIJ ZIJN NIET GEREED. ZIJ VERSMAADDEN DE ZWEETGEBORENEN. ZIJ ZIJN NIET HELEMAAL GEREED. ZIJ WILDEN NIET INTREDEN IN DE EERSTE EI-GEBORENEN.
      26. TOEN DE ZWEETGEBORENEN DE EI-GEBORENEN VOORTBRACHTEN, DE TWEEVOUDIGEN EN DE MACHTIGEN, DE STERKEN MET BEENDEREN, ZEIDEN DE HEREN VAN WIJSHEID: ‘NU ZULLEN WIJ SCHEPPEN.’
      27. HET DERDE RAS WERD HET VAHAN VAN DE HEREN VAN WIJSHEID. HET SCHIEP ‘ZONEN VAN WIL EN YOGA’, DOOR KRIYASAKTI SCHIEP HET HEN, DE HEILIGE VADEREN, VOORVADEREN VAN DE ARHATS . . .

STANZA 8 (VIII)
      28. UIT DE ZWEETDRUPPELS; UIT DE RESTEN VAN DE SUBSTANTIE; STOF VAN DODE LICHAMEN VAN MENSEN EN DIEREN VAN HET VOORAFGAANDE WIEL; EN UIT AFGEWORPEN STOF, WERDEN DE EERSTE DIEREN VOORTGEBRACHT.
      29. DIEREN MET BEENDEREN, DRAKEN UIT DE AFGROND EN VLIEGENDE SARPA’S WERDEN AAN DE KRUIPENDE WEZENS TOEGEVOEGD. DIE OP DE GROND KRUIPEN, KREGEN VLEUGELS. DIE MET DE LANGE HALZEN IN HET WATER WERDEN DE VOOROUDERS VAN DE VOGELS IN DE LUCHT.
      30. TIJDENS HET DERDE RAS GROEIDEN EN VERANDERDEN DE BEENDERLOZE DIEREN: ZIJ WERDEN DIEREN MET BEENDEREN, HUN CHHAYA’S WERDEN VAST.
      31. DE DIEREN SCHEIDDEN ZICH HET EERST. ZIJ BEGONNEN ZICH VOORT TE PLANTEN. DE TWEEVOUDIGE MENS SCHEIDDE ZICH OOK. HIJ ZEI: ‘LATEN WIJ DOEN ZOALS ZIJ; LATEN WIJ ONS VERENIGEN EN SCHEPSELEN MAKEN.’ DAT DEDEN ZIJ.
      32. EN ZIJ DIE GEEN VONK HADDEN, NAMEN REUSACHTIGE VROUWELIJKE DIEREN TOT ZICH. ZIJ BRACHTEN DAARMEE STOMME RASSEN VOORT. STOM WAREN ZIJZELF. MAAR HUN TONGEN MAAKTEN ZICH LOS. DE TONGEN VAN HUN NAGESLACHT BLEVEN STIL. MONSTERS BRACHTEN ZIJ VOORT. EEN RAS VAN KROMME ROODHARIGE MONSTERS, DIE LIEPEN OP VIER VOETEN. EEN STOM RAS OM DE SCHANDE ONUITGESPROKEN TE HOUDEN.

STANZA 9 (IX)
      33. TOEN ZIJ DIT ZAGEN, WEENDEN DE LHA’S DIE GEEN MENSEN HADDEN GEBOUWD, EN ZEIDEN:
      34. ‘DE AMANASA HEBBEN ONZE TOEKOMSTIGE WONINGEN ONTWIJD. DIT IS KARMA. LATEN WIJ IN DE ANDERE WONEN. LATEN WIJ HUN IETS BETERS LEREN, OPDAT ER NIET IETS ERGERS GEBEURT.’ DAT DEDEN ZIJ . . . .
      35. TOEN WERDEN ALLE MENSEN MET MANAS BEGIFTIGD. ZIJ ZAGEN DE ZONDE VAN DE VERSTANDELOZEN.
      36. HET VIERDE RAS ONTWIKKELDE DE SPRAAK.
      37. HET ENE WERD TWEE; OOK ALLE LEVENDE EN KRUIPENDE WEZENS, DIE NOG ÉÉN WAREN, REUSACHTIGE VIS-VOGELS EN SLANGEN MET HOORNKOPPEN.

STANZA 10 (X)
      38. TWEE AAN TWEE OP DE ZEVEN GEBIEDEN, ZO BRACHT HET DERDE RAS DE MENSEN VAN HET VIERDE RAS VOORT; DE GODEN WERDEN NIET-GODEN; DE SURA WERDEN A-SURA.
      39. HET EERSTE IN ELK GEBIED WAS MAANKLEURIG; HET TWEEDE GEEL ALS GOUD; HET DERDE ROOD; HET VIERDE BRUIN, DAT VAN ZONDE ZWART WERD. DE EERSTE ZEVEN MENSELIJKE LOTEN HADDEN ALLE ÉÉN GELAATSKLEUR. DE VOLGENDE ZEVEN BEGONNEN ZICH TE VERMENGEN.
      40. TOEN WERD HET VIERDE VERVULD VAN TROTS. WIJ ZIJN DE KONINGEN, ZEIDEN ZIJ; WIJ ZIJN DE GODEN.
      41. ZIJ NAMEN VROUWEN, MOOI OM TE ZIEN. VROUWEN UIT DE VERSTANDELOZEN, DE ENGHOOFDIGEN. ZIJ BRACHTEN MONSTERS VOORT. BOOSAARDIGE DEMONEN, MANNELIJK EN VROUWELIJK, EN OOK KHADO (DAKINI), MET EEN KLEIN VERSTAND.
      42. ZIJ BOUWDEN TEMPELS VOOR HET MENSELIJKE LICHAAM. HET MANNELIJKE EN HET VROUWELIJKE AANBADEN ZIJ. HET DERDE OOG WERKTE TOEN NIET MEER.


STANZA 11 (XI)
      43. ZIJ BOUWDEN REUSACHTIGE STEDEN. VAN ZELDZAME AARDSOORTEN EN METALEN BOUWDEN ZIJ, EN UIT DE UITGEBRAAKTE VUREN, UIT DE WITTE STEEN VAN DE BERGEN EN UIT DE ZWARTE STEEN HAKTEN ZIJ HUN EIGEN BEELDEN, NAAR HUN GROOTTE EN GELIJKENIS, EN AANBADEN ZE.
      44. ZIJ BOUWDEN GROTE BEELDEN, NEGEN YATI’S HOOG, DE GROOTTE VAN HUN LICHAMEN. ONDERAARDSE VUREN HADDEN HET LAND VAN HUN VADEREN VERWOEST. HET WATER BEDREIGDE HET VIERDE.
      45. DE EERSTE GROTE WATEREN KWAMEN. ZIJ VERZWOLGEN DE ZEVEN GROTE EILANDEN.
      46. ALLE HEILIGEN GERED, DE NIET-HEILIGEN VERNIETIGD. MET HEN DE MEESTE REUZENDIEREN, VOORTGEBRACHT UIT HET ZWEET VAN DE AARDE.

STANZA 12 (XII)
      47. WEINIG MENSEN BLEVEN: ENKELE GELE, ENKELE BRUINE EN ZWARTE, EN ENKELE RODE BLEVEN OVER. DE MAANKLEURIGEN WAREN VOOR ALTIJD VERDWENEN.
      48. HET VIJFDE, VOORTGEBRACHT UIT HET HEILIGE GESLACHT, BLEEF; HET WERD BESTUURD DOOR DE EERSTE GODDELIJKE KONINGEN.
      49. . . . . DIE WEER NEERDAALDEN, DIE VREDE SLOTEN MET HET VIJFDE, EN DIE HET LEERDEN EN ONDERRICHTTEN . . . . .


__________________



Noten:
Slechts negenenveertig van de vele honderden sloka’s worden hier gegeven. Niet ieder vers wordt woordelijk vertaald. Soms wordt er, om het duidelijker en begrijpelijker te maken, een omschrijving gebruikt, waar een letterlijke vertaling volstrekt onbegrijpelijk zou zijn.
Noot vert. 1 crore = 10 miljoen (jaar).
De gedachte en de geest van de zin worden hier gegeven, omdat een woordelijke vertaling de lezer heel weinig zou zeggen.

‘Noot vert. 1 yati = 3 Eng. voet = 3 x 0,305 m.
----------

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen